De expeditie van Chris: 8200 km van Amsterdam naar Abu Simpel in 40 dagen
Wie bij TransTec werkt, krijgt te maken met uitdagende, boeiende en afwisselende projecten. Onze vaste klanten weten dat maar al te goed. Dat TransTec daarnaast ook ruimte geeft aan zijn medewerkers voor spannende persoonlijke projecten wordt goed geïllustreerd met de expeditie van Chris. Hij is op vrijdag 26 maart 2010 vertrokken van Amsterdam naar Abu Simpel. Een reis van meer dan 8000 km door 10 landen met trein, bus, deeltaxi, boot en deels ook te voet.
Honderd jaar geleden was het erg gebruikelijk om een dergelijke reis per trein te maken. De Oriënt Express is bij iedereen bekend. Op zijn hoogtepunt was deze trein het vervoermiddel bij uitstek tussen Parijs en Istanbul en verder naar het Midden-Oosten. Tot eind 2009 bestond er nog een ingekorte versie van de Oriënt Express tussen Straatsburg en Wenen. Sindsdien is de markt tussen West-Europa en het Midden-Oosten stevig in handen van luchtvaartmaatschappijen en low cost airlines. Ondanks het ontbreken van een rechtstreekse treinverbinding is het ook in 2010 op papier verrassend gemakkelijk om met het openbaar vervoer van Amsterdam naar het Midden-Oosten te reizen. Lees hier het reisverslag van Chris vol spannende belevenissen tijdens deze bijzondere reis.
Route: Amsterdam - Brussel - Basel - Milaan - Venetië - Thessaloniki - Istanbul - Tripoli - Damascus - Amman - Dahab - Ismailia - Alexandrië - Caïro - Assuan - Abu Simpel
Inhoudsopgave
- dag 1: Amsterdam, Brussel
- dag 2: Brussel, Basel
- dag 3: Basel, Milaan
- dag 4: Milaan
- dag 5: Milaan, Venetië
- dag 6: Venetië, Igoumenitsa
- dag 7: Igoumenitsa, Thessaloniki
- dag 8: Thessaloniki, Turkse grens
- dag 9: Turkse grens, Istanbul
- dag 10: Istanbul
- dag 11: Istanbul
- dag 12: Istanbul
- dag 13: Istanbul, Adana
- dag 14: Adana, Lattakia
- dag 15: Lattakia, Tartus
- dag 16: Tartus
- dag 17: Tartus, Tripoli
- dag 18: Tripoli, Beiroet
- dag 19: Byblos
- dag 20: Beiroet, Damascus
- dag 21: Damascus
- dag 22: Damascus
- dag 23: Damascus, Amman
- dag 24: Amman, Petra
- dag 25: Petra
- dag 26: Petra
- dag 27: Petra, Dahab
- dag 28: Dahab
- dag 29: Dahab
- dag 30: Dahab
- dag 31: Dahab, Suez
- dag 32: Suez, Ismailia
- dag 33: Ismailia, Port Said
- dag 34: Port Said, Alexandrië
- dag 35: Alexandrië, Caïro
- dag 36: Caïro
- dag 37: Caïro, Assuan
- dag 38: Assuan, Abu Simpel
- dag 39: Abu Simpel
- statistieken van de reis
Een reis van 4.000 km begint bij mij niet anders dan één van 40 of 400 km. Op het laatste nippertje storm ik bepakt en bezakt het Amsterdamse Centraal Station binnen. De haast was niet nodig. De Beneluxtrein staat nog niet aan het perron. Een minuut voor vertrektijd komt hij binnen gerold. Ik sta helemaal vooraan op het perron, op vrijdagmiddag de beste plaats om een zitplaats te bemachtigen. Een eerste kink in de kabel: de deuren gaan niet open. Deze blijken in de eerste drie wagons vergrendeld te zitten. Nog niet eens vertrokken en ik moet alweer een paar stappen terug! De lengte van drie wagons is echter snel te overbruggen. Na het instappen vind ik vlot een fijn plekje en voor ik het weet flitst Sloterdijk al voorbij. 0,1 % van de reis is al achter de rug. De lucht buiten is grijs. Het lenteweer van de voorbije dagen is verleden tijd. Ik kijk uit naar azuurblauwe hemels en vraag me af hoe lang het gaat duren voor we deze bereiken. In Rotterdam staan de eerste peilers van het nieuwe station. Ook in Sloterdijk en Delft wordt er druk gewerkt. Ben benieuwd hoe anders deze plekjes er over twee maand op de terugreis zullen uitzien. Het eindpunt van de eerste etappe is Brussel. Hier komt mijn reisgenoot Carlos erbij. Zaterdagochtend gaat het verder met ICE International naar Basel.
Reistijd trein: 2:44 uur
Kilometers: 220
Ruim voor de geplande vertrektijd rolt de ICE van Brussel Zuid naar Frankfurt het station binnen. Bij het instappen meteen de eerste commotie van de reis: een zakkenroller heeft uitgerekend Carlos als doelwit gekozen. Grote fout. De hand van de zakkenroller eindigt in een houdgreep in plaats van in een broekzak. Beide nemen het met humor op. Even later weet de conducteur wat er aan de hand is en roept netjes in vier talen om dat de reizigers moeten opletten voor zakkenrollers. Een slechte middag voor zakkenrollers. Een goede middag voor enkele reizigers, die het zelf niet weten. Dankzij de Belgische HSL Oost en aansluitende Ausbaustrecke staan we in no time in Keulen. Hier hebben we 40 minuten overstaptijd en dan gaat het verder naar Basel. Vandaag geen vertragingen. Na iets meer dan zes uur staan we in Basel. Afwisselend hogesnelheidslijn en klassieke spoorlijn. Op beide wordt lekker hard gereden. Snel en vlot deze reis, maar wel een beetje steriel. Geen kadeng kadeng, geen raampjes die opengaan. Wordt dat anders in Turkije en Syrië? De receptionist van het hotel in Basel staat ons in het Nederlands te woord. Hij komt uit Middelburg. Beetje lastig om zo een vakantiegevoel te ontwikkelen. Hij verrast ons met een gratis dagkaart voor het openbaar vervoer. Dat zit standaard bij elke hotelovernachting in Basel. Hebben die Zwitsers weer goed geregeld. In de stad valt op hoeveel oude trammetjes er nog rondrijden en hoe piekfijn ze eruit zien. De volgende middag gaat het verder naar Milaan.
Reistijd trein: 5:40 uur (cumulatief trein 8:24 uur)
Kilometers: 740 (cumulatief 960)
Op het perron in Basel staat een gloednieuwe hogesnelheidskantelbaktrein van de Zwitserse spoorwegen te wachten. Tot voor kort werkten Zwitserse en Italiaanse spoorwegen samen in dochter Cisalpino voor verbindingen tussen Zwitserland en Italië. De treinen werden grotendeels in Italië onderhouden en dat bleek wat te wensen over te laten. Bovendien waren er veel problemen met de oudere kantelbaktreinen en liep de levering van de nieuwe veel vertraging op. Daarom gingen Zwitserse en Italiaanse spoorwegen uiteindelijk elk hun eigen weg met hun eigen treinen. Vandaag zitten we in een exemplaar van de Zwitserse spoorwegen. Mooi spul, alleen jammer dat de trein zo vol gepropt is met zitjes. Om in drukke periodes een handvol reizigers meer te laten zitten, zitten de meeste reizigers ook op rustige ritten veel te krap. De route naar Milaan gaat via de Lötschberg. Dat is sinds de basistunnel in dienst is een stuk minder spectaculair. Die basistunnel heeft ook in Nederland zijn gevolgen gehad. Een speciale wens van de exploitant van de tunnel was een van de redenen waarom het Europese beveiligsysteem minder snel gereed kwam dan gehoopt. Speciaal voor de Lötschbergtunnel werd de zogenaamde reversingfunctie toegevoegd: in noodgevallen kan de trein automatisch achteruit rijden en de tunnel verlaten. Tijdens onze reis blijkt dat gelukkig niet nodig. Waar Italië begint merken we niet aan enige grenscontrole, wel aan alle troep die naast het spoor rondslingert. Met twee minuten vertraging rijden we Milaan Centraal binnen. Weer een voorspoedige reis. De volgende dag staat Milaan op het programma.
Reistijd trein: 4:12 uur (cumulatief trein 12:36 uur)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 0:02 uur
Kilometers: 350 (cumulatief 1310)
Vandaag een rustig dagje met wat sightseeing in Milaan. Daarbij maken we ook gebruik van trams en metro’s van het ondertussen ook in Nederland bekende (beruchte?) Ansaldo Breda. De rij eigenschappen kunnen niet echt overtuigen.
Vandaag een relatief kort ritje van Milaan naar Venetië met Eurostar City van de Italiaanse Spoorwegen. Achter deze ronkende marketingnaam gaan ouderwetse Italiaanse wagons schuil die een bescheiden refurbishment ondergaan hebben. We moeten spontaan aan Fyra denken. Uiteindelijk komen we na een relatief saaie reis met 5 minuten vertraging in Venetië aan. Het laatste stukje van de reis over de verbindingsdam door de lagune is zoals altijd spectaculair. Een ritje met de ferry blijkt ondertussen al €6,50 te kosten. Een ‘voordelige’ 24 urenkaart is er al voor €18,-. Lekker geld verdienen met toeristen... Onze stadswandeling lukt gelukkig ook zonder ferry. ’s Avonds houden de hemelsluizen lelijk huis in Venetië. Het levert meteen een bescheiden overstroming op. Onze avondwandeling gaat over in allerijl geplaatste loopplanken. Op andere plaatsen ontkomen we bij het voorbijvaren van een schip alleen aan natte voeten door in allerijl op een drempel of een ponton te springen. Ons hotel ligt in een droge steeg, maar we zien toeristen die minder geluk hebben.
Reistijd trein: 2:35 uur (cumulatief trein 15:11 uur)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 0:07 uur
Kilometers: 250 (cumulatief 1560)
De haven ligt op de kaart vlakbij het station van Venetië, maar in de praktijk pakt dat toch even anders uit. Er is een futuristische people mover tussen het busstation en de haven, maar die wordt pas midden april in dienst genomen. Fijne timing. Na een fikse wandeling zien we dat onze boot al klaar ligt, en om 14:00 is het vertrek. We bemachtigen eersteklas zitplaatsen op het dek en wachten gespannen af. De eerste kilometers gaat het schip, een echte mastodont, immers dwars door Venetië en voor het San Marco plein voorbij. Het levert fraaie foto’s op van een zonnig Venetië. De volgende middag komen we aan in Griekenland.
Reistijd boot: 21:30 uur (cumulatief trein en boot: 36:41 uur)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 0:12 uur
Kilometers: 980 (cumulatief 2540)
Ik word wakker en zie op mijn mobieltje dat ik ... in Albanië ben. Een korte wandeling naar het dek bevestigt dat we voor de Albanese kust voorbij varen. Die ligt er in het ochtendgloren prachtig bij. Om 12:30 uur Griekse tijd bereiken we met 5 minuten vertraging de haven van Igoumenitsa. Na een korte wandeling komen we aan bij het ‘busstation’. Daar krijgen we twee leuke verrassingen: de laatste bus van de dag naar Thessaloniki vertrekt een half uurtje later en de snelweg tussen Igoumenitsa en Thessaloniki is op één brug na volledig klaar. Een reis die vroeger de hele dag duurde, is nu vlot op 4 uur tijd te maken. De reis is absoluut spectaculair. De snelweg, een onderdeel van de Europese hoofdtransportader tussen Italië en Turkije en de moderne opvolger van de Romeinse Via Egnatia, slingert met bruggen en tunnels door een berglandschap dat afgezien van de vegetatie niet zelden aan de Alpen doet denken. Onze chauffeur houdt er stevig het tempo in. Niet altijd even fijn, want hij heeft duidelijk meer aandacht voor zijn mobieltje dan voor zijn stuur. Onze bus vertrok op de minuut uit Igoumenitsa en komt op de minuut aan in Thessaloniki. We staan hemelsbreed op 1880 kilometer van Amsterdam en hebben alles samen slechts 12 minuten vertraging...

De Albanese kust vanaf het schip.
Op nagenoeg elke reis die ik tot nu toe gemaakt heb, zag ik onderweg iets dat ook voor mijn werk een inspiratie betekent. In Igoumenitsa was het iets heel eenvoudigs: op de display met vertrekinformatie wordt het nummer van de bus weergegeven. Dat nummer is geen lijnnummer maar een soort van grootwagennummer dat ook op de bus staat. Erg handig om in een onoverzichtelijk busstation de juiste bus te vinden!
Het busstation van Thessaloniki ligt een eind van het centrum af. We moeten dus nog een stadsbus nemen naar het centrum. Tickets kunnen aan boord bij een automaat gekocht worden. Slim denk ik. Tot blijkt dat de automaat geen wisselgeld geeft. Een ritje van 60 cent levert het busbedrijf €2,- op. Slim denkt de financiële directeur van het busbedrijf.
In Thessaloniki besef ik hoe goed wij het hebben in Amsterdam: geen smog, geen verkeersinfarct in het hart van de stad, geen eindeloos wachten bij zebrapaden om over waarachtige formule 1 circuits te geraken. De metro van Thessaloniki is in aanleg. De openingsdag zal geen dag te vroeg zijn.
Reistijd bus en stadsbus: 4:15 uur (cumulatief trein, bus en boot: 40:56 uur)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 0:12 uur
Kilometers: 300 (cumulatief 2840)
Tussen Thessaloniki en Istanbul rijdt nog een echte trein. Trein 445, de Dostluk Expresi. Hij bestaat uit Turkse wagons. Tot ons genoegen zijn de twee persoonscompartimenten ruim bemeten en voorzien van een koelkast (!). Weer vertrekt onze trein stipt op tijd. Net voor het vertrek van de trein naar Istanbul beleefden we nog een leuk afscheidsmoment van Griekenland. Ik had net enkele foto’s gemaakt van onze trein. Een veiligheidsagent vond dat zeer verdacht. Waar kwam ik vandaan (nogal irrelevant)? Wat had ik gefotografeerd (leek me duidelijk)? Waarom maakte ik foto’s (omdat dat nu eenmaal is wat toeristen doen)? Waar is onze bagage (in de trein). Nadat hij de foto’s nog even gecontroleerd had, en mij de les gespeld had dat in Griekenland toestemming nodig is om foto’s te nemen op het station, was de situatie ontscherpt. Niet voor het eerst vraag ik me af, of de focus van het (sociale) veiligheidsbeleid, in Griekenland en elders, nog wel daar zit waar hij thuis hoort... Niet in het minst ook tegen het licht van een Griekse spoorwegrealiteit van povere en bekladde stations en treinen. Net voor vertrek wordt een groepje Spaanse interrailreizigers uit de trein gezet. De trein heeft geen zitwagons, en daarom is altijd een slaapcoupe toeslag van €25,- verschuldigd. Past duidelijk niet in het budget van de Spaanse backpackers. Turkse en Griekse spoorwegen hebben hier een geslepen manier gevonden om toch nog wat extra geld te verdienen aan Interrail. Niet voor het eerst betreur ik hoe de ‘commerciële drive’ van de meer ‘klantgerichte’ moderne spoorbedrijven een Europees cultuurfenomeen zoals Interrail langzaam de nek om draait.
De grens bereiken we midden in de nacht. Ook de grenscontrole vindt dus in het holst van de nacht plaats. Ook hier weer Griekse ijverigheid. Tja, wie weet wat voor verdachte sujetten het land per trein denken te verlaten. Het levert uiteindelijk 4 uur vertraging op. Niet verkeerd, we kunnen uitslapen.
Reistijd trein: 12:19 uur (cumulatief trein, bus en boot: 53:15 uur)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 4:12 uur (met dank aan de Griekse autoriteiten)
Kilometers: 510 (cumulatief 3350)
De laatste kilometers van onze treinreis van Thessaloniki naar Istanbul zijn spectaculair. Aan de voet van het Topkapi sultanspaleis en met zicht op de Bosporus en de Gouden Hoorn rijden we met ruim 4 uur vertraging Istanbul Sirkeci binnen. Het station ligt aan de voet van de oude stad. De volgende dagen zijn voor sightseeing in Istanbul bestemd.
Kilometers: 260 (cumulatief 3610)
Deze zondag is gebruikt voor sightseeing in Istanbul.
Tijdens onze omzwervingen door Istanbul komen we uiteindelijk bij een metrobüs station terecht. Metrobüs is de bus rapid transit van Istanbul. Zeg maar de lokale Zuidtangent. Stom verbaasd kijken we naar het schouwspel van een bus rapid transit in actie. Wie denkt dat de buslijnen naar De Uithof of de Zuidtangent overbelast zijn, moet hier eens komen kijken. Zowat om de minuut gaat er een bus. En die zitten allemaal barstensvol zitten. Op een deeltraject rijden en masse Phileasbussen. De extra geleding levert broodnodige extra capaciteit op. Tijdens een ritje met metrobus wordt duidelijk dat dit in alle opzichten een bijzondere lijn is. Het traject is spectaculair, in de middenberm van een snelweg die zich door de heuvels rond Europees Istanbul slingert om uiteindelijk via een van de twee Bosporusbruggen Aziatisch Istanbul te bereiken. Het uitzicht van op de brug is adembenemend. Als ik Wikipedia mag geloven, rijden op deze ene lijn meer bussen dan in de hele Amsterdamse concessie. Het geeft een beeld van de schaalgrootte!
Kilometers: 40 (3650)

Metrobüs in Istanbul.
Vandaag reizen we verder naar Adana in zuidwest Turkije. Onze trein vertrekt op het onchristelijke tijdstip 23.50. De reis duurt 18 uur en 50 minuten. Een van de langste treinreizen ooit. We vertrekken vanuit het station Haydarpasa aan de Aziatische kant. Dat ziet er paradoxaal genoeg zeer westers uit. Het blijkt een geschenk te zijn van de Duitse keizer aan de sultan. Tja, een mens kan moeilijk met lege handen verschijnen. Om het station te bereiken moeten we een ferry nemen vanaf de Europese kant. Dat blijkt een echt museumexemplaar te zijn. Daarmee neemt onze reistijd per boot met een bescheiden 15 minuten toe. We zijn ruim twee uur te vroeg in het station. Onze trein staat al klaar. Fijn denken we, de deur gaat open en we stappen in. Tien seconden later worden we eruit getrapt. Ook zonder kennis van het Turks wordt snel duidelijk dat we nog niet welkom zijn. Een beleefd vraagje vanaf wanneer we wel de trein in mogen wordt met verdere verbale en non verbale agressie afgewimpeld. Blijkbaar wordt service ook bij Aziatische spoorbedrijven met een hoofdletter geschreven. Ik ben gerust gesteld.
Reistijd boot: 0:15 uur
Kilometers: 5 (cumulatief 3650)
Nadat we wakker worden zien we het echte Turkije. Weg de glitter, pronk en praal van Istanbul. Armoedige dorpjes en stoffige landschappen wisselen elkaar af. Maar toch weer contrasten. Net voor Konya, een van de grootste steden van het land, zien we de hogesnelheidslijn in aanleg. Het armoedige station van Konya telt ... welgeteld één perron. Vanaf Konya is de trein zo goed als leeg. Kort voor aankomst in Adana rijden we nog door een spectaculaire kloof. Adana bereiken we met 2,5 uur vertraging. Andere backpackers in de trein willen dezelfde nacht nog doorreizen naar Syrië. Daar passen we voor en overnachten in Adana. Ik eet er ’s avonds een verrukkelijke humus.
Reistijd trein: 18:50 uur (cumulatief trein en bus en boot: 72:20 uur)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 06:42 uur
Kilometers: 1060 (cumulatief 4710)
Dag 14: donderdag 8 april 2010
Turkije investeert volop in moderne verkeersinfrastructuur. Snelwegen, hogesnelheidslijnen en busterminals rijzen als paddenstoelen uit de grond. In het geval van de busterminals worden lelijke, krappe en onoverzichtelijke busstations in de buurt van het centrum vervangen door lelijke, zeer ruime en iets minder onoverzichtelijke busstations mijlenver buiten de stad. Dat betekent voor reizigers zoals ons moeizame onderhandelingen met taximaffia of op zoek gaan naar een dolmus. We kiezen voor het laatste. We vinden vlot een dolmushalte naast de grote weg naar de otogar van Adana en halleluja na enkele seconden komt de eerste dolmus er al aan. Die blijkt een conducteur te hebben. We vragen nog even na of dit de juiste dolmus is en vertrekken. We zijn verbaasd dat het allemaal zo vlot gaat. We rijden netjes in de richting van de otogar maar ineens buigen we af. Vreemd. Ik check nog een keer bij de conducteur of we wel goed zitten. Hij bevestigt dat alles in orde is. Even later ben ik ervan overtuigd dat we de verkeerde richting uitgaan en spreek hem nogmaals aan. Nu wordt duidelijk dat er nog een ander klein busstation is en dat we in een dolmus daar naartoe zitten. Even zijn we geïrriteerd want ik had goed duidelijk gemaakt welk busstation we nodig hadden. Het was nergens voor nodig. Wat volgde was een staaltje van klantvriendelijkheid zoals ik het nooit eerder meegemaakt heb. De conducteur regelde prompt dat we met een andere dolmus op een materieelrit meekonden en werden in het centrum naast een dolmus naar de juiste otogar gedeponeerd. Het tussenritje was gratis!
In Adana Otogar vinden we relatief vlot een bus naar Antakya bij de Syrische grens. Daar komen we na 2 uur en 45 minuten aan. Ook in Antakya is de otogar naar een weide ver buiten de stad verhuisd. Ah die vooruitgang! De bussen naar Syrië blijken allemaal vertrokken te zijn. Het wordt overnachten in Antakya en de volgende ochtend verder reizen. We hebben geen zin in de taximaffia bij het station dus besluiten we een eindje te lopen. Dat blijkt echter niet nodig. Na 30 meter wordt er al getoeterd door een dolmus die stopt en ons voor een appel en een ei meeneemt naar het centrum. Een blik op dat centrum volstaat om te beseffen dat we hier eigenlijk geen nacht willen blijven. We kunnen als we willen met een dolmus naar een dorpje bij de grens en dan te voet de grens over. En vervolgens met een Syrische deeltaxi of lokale bus, een hob hob, naar Lattakia. Het is echter al relatief laat en we twijfelen of het verstandig is om zo laat nog aan een groot avontuur te beginnen. Uiteindelijk doen we het toch. Ik haal snel een bescheiden bedrag Syrische geld in het wisselkantoor en dankzij de hulp van een welwillende Turkse jongeman vinden we de dolmus stand naar Yayladagi. Daar komen we na een uurtje aan. De dolmusbestuurder biedt aan ons voor €7,50 naar de grens te brengen. Eigenlijk is het vals spelen, want geen openbaar vervoer, maar we besluiten het toch maar te doen. Dat was een wijs besluit, want aangekomen bij de grens begint het te stortregenen. De Turkse en Syrische formaliteiten zijn op een kleine tien minuten geregeld. De Syrische grenswachten zijn fan van Barcelona, de geboorteplaats van Carlos. Blijkbaar kunnen we nu niets meer verkeerd doen. Na 20 minuten is ook de stortbui over. Aan de Syrische kant blijkt Kassab, het dichtst bijzijnde dorp, 6 km verder te liggen. Niet leuk want het wordt stilaan donker en er hangen donkere wolken. We besluiten dan maar te liften. Na nog geen 10 minuten stopt er iemand. Hij moet niet naar Lattakia, maar is wel bereid ons er voor €16,- naar toe te brengen. Later zullen we ontdekken dat dit eigenlijk een overdreven prijs is, maar op het ogenblik zelf lijkt het ons erg aantrekkelijk. Weer een beetje vals gespeeld. We worden gedropt aan de rand van Lattakia, een grote Syrische havenstad.
De eerste minuten daar worden we overvallen door een groot gevoel van hulpeloosheid. Alles is in het Arabisch en er zijn geen straatnaambordjes te bekennen. De stad ziet er troosteloos uit. Hoe komen we bij ons hotel !?! De hulpeloosheid slaat snel om in verbazing en zelfs verstomming. Overal waar we voorbijkomen wordt ons welcome of welcome to Syria toegeroepen. Iedereen wil weten waar we vandaan komen. Mensen tonen ons niet alleen de weg maar lopen zelfs een stukje mee om er zeker van te zijn dat we het hotel vinden.
Reistijd bus: 2:45 uur, deeltaxi 1:10 uur, charter 1:15 uur (cumulatief 77:30 uur)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 06:42 uur
Kilometers: 300 (cumulatief 5010)
In de moslimwereld is vrijdag zondag. Alles dus gesloten. We hebben dringend Syrisch geld nodig. Er zijn maar een vijftal geldautomaten in de stad. Geen enkele doet het. Vervelend. Gelukkig mogen we het hotel na grote aarzeling door de receptionist in Euro betalen. We hebben nog voldoende Syrisch geld voor de busreis naar Tartus, een andere Syrische havenstad nabij de grens met Libanon. Om een busticket te kopen hebben we ons paspoort nodig(!). Ook in Tartus werkt geen enkele geldautomaat. Stilaan begin ik me zorgen te maken. We moeten immers eten. Gelukkig kunnen we in ons hotel geld wisselen, zij het alleen maar dollars. Gelukkig hebben we wat dollars bij ons! We hoeven geen honger te lijden en kunnen genieten van een heerlijke Syrische avondmaaltijd.
In de late middag besluiten we een boottochtje te maken naar een eiland voor de kust. Kleine bootjes varen af en aan. Net voor de afvaart word ik aangesproken door een schooier met vieze kleren. Hij spreekt alleen maar Arabisch, ik antwoord in het Engels dat ik hem niet begrijp. Ten slotte zegt hij paspoort. Ik denk er niet over om die aan hem te tonen en uiteindelijk druipt hij af. Dat was maar tijdelijk uitstel. Even later kwam hij met een politieman aangelopen. Net voor ze de boot bereikten voer deze af. De man met de vieze kleren keek erg sip. Was dit een agent van de beruchte geheime politie?
Reistijd bus: 1:40 uur (cumulatief 79:10 uur, iets meer dan drie etmalen!)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 6:42 uur
Kilometers: 90 (cumulatief 5100)
Dag 16: zaterdag 10 april 2010
Vandaag ketenmobiliteit in actie. We willen graag de Crac des Chevaliers bezoeken, een imposante kruisvaardersburcht in de heuvels op ongeveer 50 kilometer van Tartus. Er zijn geen rechtstreekse bussen of deeltaxi’s. Wat westerse toeristen dan meestal doen is een taxi charteren. Daar hebben we echter geen zin in, we hebben gisteren immers al vals gespeeld. Om toch met het openbaar vervoer te reizen moeten we gebruik maken van een bus naar Homs, uitstappen bij de afrit voor Hosn en vanaf daar een deeltaxi op de route tussen Homs en Hosn. Vervolgens nog een stukje te voet. Het lukt allemaal prima. We staan nog geen twee minuten bij de afrit of er komt al een deeltaxi met vrije plaatsen aangereden. In die deeltaxi veel nieuwsgierige blikken. Het kasteel is alles wat je van een middeleeuwse burcht mag verwachten. Een prima speeltuin voor een uur of twee. Dan de terugreis. Tijdens de wandeling van het kasteel naar het dorp biedt een lege deeltaxi aan ons voor een prijsje naar de afrit te brengen. Besluiten we dan toch maar te doen. Aangekomen bij de afrit blijkt dat de terugreis iets lastiger is dan de heenreis. Alle deeltaxi’s zijn vol en de bussen razen zonder stoppen voorbij. Ook liften wil niet echt lukken. Ten slotte worden we door een brave ziel een afrit meegenomen. Daar is een reguliere stopplaats van deeltaxi’s, maar staan ook andere mensen te wachten. Ook hier geen geluk. We zien iets verderop twee toeristen lopen die we ook in het kasteel gezien hadden. Uit pure verveling besluiten we even te gaan kletsen met hun. Dit blijkt een wijze beslissing. Met hun grote backpacks roepen ze voldoende nieuwsgierigheid op en na enkele seconden stopt er al een pick up truck. Carlos gaat voorin bij de bestuurder, ik met de twee Duitse toeristen in de achterbak. Vervolgens de snelweg op. Al snel blijkt dat het zand dat bij hoge snelheden rond waait niet compatibel is met mijn contactlenzen. Ik krijg gelukkig het sjaaltje van het Duitse meisje. Gekscherend stelt ze vast dat ik nu weet hoe het is om als vrouw in de moslimwereld te leven. De pick up truck zet ons af in een klein dorpje nabij Tartus bij de reguliere deeltaxihalte. Hier hebben ze zelden of nooit toeristen gezien. We zijn de sensatie van de dag.
Terug in Tartus besluiten we Syrische simkaarten te bezorgen. Het mobieltje van Carlos werkt in zijn geheel niet in Syrië en ik kan wel bellen maar geen sms versturen. Het verkrijgen van een simkaart blijkt een proces van bijna een uur met formulieren, paspoorten en vingerafdrukken (!).
’s Avonds blijkt dat Syriërs dol zijn op ... Spaans voetbal. Twee derde van de Syriërs is fan van Barcelona, de rest van Real Madrid. Bij elk doelpunt van Barcelona wordt vuurwerk afgestoken. Bizar...
Als we s’ avonds gaan slapen ben ik er nog altijd niet in geslaagd om geld af te halen. We hebben wat euro’s gewisseld maar stilaan beginnen we krap bij kas te worden...
Vandaag wordt een van de zwaarste dagen van mijn leven, al wist ik dat aan het begin van de dag nog niet. Vandaag reizen we naar Tripoli in Libanon. Volgens de reisgids is dat erg makkelijk. Letterlijk om de hoek van het hotel vertrekken deeltaxi’s naar deze bestemming. Aangekomen bij de vertrekplaats blijkt dat reizen vandaag moeilijk wordt want ‘het is zondag’ en dan ‘zijn de prijzen anders’ en ‘niemand zal ons meenemen’ want de formaliteiten bij de grens duren te lang voor westerse toeristen. Uiteindelijk besluiten we dan maar samen met een Duitse toerist een taxi te charteren tot bij de grens. Daar begint het circus. De loketten voor het uitreisstempel uit Syrië zijn het decor voor een hardnekkig gevecht tussen reizigers die het land willen verlaten en grenswachten. De ene helft van de reizigers legt zijn paspoort neer voor de neus van de grenswacht. De andere helft duwt het hun in de hand, voor zover ik kan zien vergezeld van een bankbriefje. Ik voeg onze paspoorten toe aan de stapeltjes voor de neus van een van de grenswachten. Net voor onze paspoorten aan de beurt zijn besluit deze ons te informeren dat we eerst bij een ander loket een exit tax moeten betalen. Dat andere loket blijkt lastig te vinden. Uiteindelijk vinden we het toch. De man achter dit loket heeft een tafel naast zich met daarop een berg bankbiljetten. Na het betalen van de taks met het juiste document weer terug naar het andere loket, en opnieuw beginnen. Net voor onze paspoorten eindelijk aan de beurt zijn, merkt de chef van het kantoor dat twee westerse toeristen een minder dan nette behandeling genieten. De grenswacht wordt toegebruld dat hij eerst onze paspoorten moest doen (die waren sowieso net aan de beurt maar zo kwam er tenminste geen bankbiljet stapeltje meer tussen) en ik word gesommeerd om aan de grenswachtkant van de loketten te komen wachten. Weigeren is geen optie. Het wordt het meest genante kwartier van mijn leven.

Visum Libanon en Syrië.
Na dit circus ben ik letterlijk uitgeput. Nu nog de Libanese kant. Ik hoop dat het daar beter gaat. Dat blijkt ijdele hoop. In Libanon moet ik zelfs onderhandelen over de prijs van het visum. In het eerste ‘aanbod’ was blijkbaar een stevige commissie verrekend. In het kantoor hangen overal posters uit met de tekst ‘bribe = jail’. Fijne nuance tussen commissie en smeergeld. Nadat het dan toch allemaal gelukt is, vinden we vlot een taxi en charteren deze naar Tripoli. Na enkele kilometers de eerste militaire wegversperringen met tanks en grimmig kijkende soldaten met machinegeweren. Even later een Palestijns vluchtelingenkamp aan de kant van de weg. Libanon blijkt onderweg een groot Mercedes Benz museum te zijn. Voor autoliefhebber Carlos is het genieten.
In Tripoli aangekomen vinden we vlot een hotelkamer. Terwijl we in de lobby zitten te bekomen van het grenstumult en de verschillende indrukken van de dag, komt er een Frans echtpaar geëmotioneerd de lobby binnen gelopen. Ze vertellen aan de eigenaar van het hotel hoe ze aan het shoppen waren in de souqs toen er ineens tumult uitbrak en ze door de eigenaar van een winkel naar binnen getrokken werden om te schuilen achter de toonbank. Even later weerklonk machinegeweer. Een uit de hand gelopen ruzie die met kogels uitgevochten werd. De hoteleigenaar begrijpt de opwinding niet goed. ‘Zo bijzonder is dat toch niet?’ Dat komt toch overal op de wereld voor!’ Het Franse echtpaar, uit een gat in Oost Frankrijk, verzekert de hoteleigenaar dat de inzet van machinegeweren bij burenruzies in Frankrijk niet gebruikelijk is, maar veel indruk maakt het niet. Nadat het echtpaar weg is, doet de hoteleigenaar zijn beklag bij ons: ‘waar winden ze zich toch over op... alsof dat niet overal voorkomt...’
Reistijd: 4:30 uur inclusief grenschaos (cumulatief 83:40 uur)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 6:42 uur
Kilometers: 60 (cumulatief 5160)
Het armoedige Tripoli heeft enkele leuke (en spannende) souqs en een prachtige kruisvaardersburcht. Daarnaast is het een openlucht automuseum, vooral van Mercedes Benz maar ook van diverse andere merken. Het meest belangrijk voor ons: er zijn tientallen banken en geldautomaten. Daarvan werkt echter nagenoeg geen enkele. Na 15 (!) pogingen zijn we er eindelijk in geslaagd een bescheiden som dollars af te halen, die ons weer enkele dagen verder helpt. Erg vervelend allemaal.

Connexion in Libanon.
Na de middag nemen we een bus van Connexion (!) van Tripoli naar Beiroet. Wanneer we Beiroet naderen worden we overweldigd door honderden reclameborden voor luxeproducten, de meeste daarvan in het Engels. Niet helemaal duidelijk op welke doelgroep die gericht zijn. Bijna niemand spreekt goed Engels in Libanon. De snelweg die onderweg al vaak drie rijstroken had, vernauwt ineens tot twee rijstroken. De inventiviteit en creativiteit van de Libanese autobestuurders maakt van die twee rijstroken toch drie. Het is een waarlijk tragisch schouwspel. Wanneer we het centrum naderen worden het twee keer vier rijstroken die als een mes door het stedelijke weefsel snijden. Er zijn geen echte op- en afritten. Overal verlaten trage voertuigen de snelweg of rijden erop. Soms proberen voetgangers over te steken. Het is een chaos van jewelste. Het Charles Helou busstation in Beiroet blijkt een betonnen monstruositeit onder een snelweg viaduct. Enorm en desolaat. Tijdens onze avondwandeling door downtown Beiroet maakt de verkeerschaos plaats voor een soort Dubai in het klein. Overal staal, glas, chroom, marmer en gloednieuwe zandsteen. Luxehotels en boetiekjes. Gloednieuwe wolkenkrabbers met luxeappartementen naast kapotgeschoten leegstaande ruines, waaronder ook wolkenkrabbers. Beiroet is een speeltuin voor rijke Golfstaatbewoners. Overal is er leger, politie en veiligheidsagenten. Sommige straten zijn afgeschermd met slagbomen en betonnen blokken. Op een kwartier tijd zien we meer machinegeweren dan in een heel leven ervoor. Nergens afval te zien, nochtans zijn de vuilnisbakjes maar urbane decoratie en nep. Wegens gevaar voor aanslagen. Op de zeepromenade zien we een andere obsessie: deze keer met de Californische way-of-life. Overal joggers en fitnessfreaks. Sommige versperren de passage terwijl ze hun fitnessoefeningen doen. We zien niet alleen joggers op de zeepromenade maar ook op de snelweg...
Vervoer in Beiroet is een misplaatste grap. De voormalige stadsbussen staan weg te roesten op een buskerkhof. In de plaats rijden kleine busjes die letterlijk stapvoets met de deur open door de stad rijden. Reizigers kunnen overal in- en uitstappen, uiteraard ook op de snelweg. Er zit bijna geen hond in die bussen. De geringe gemiddelde snelheid wordt verder omlaag gehaald door constante ticketcontroles onderweg (drie tijdens ons ritje!). Die zijn niet gericht op zwartrijders maar moeten er voor zorgen dat de chauffeurs niet voor eigen rekening rijden. De meeste mensen nemen een servicetaxi (deeltaxi) of een taxi. Die laatste hoef je niet te zoeken. Je wordt als reiziger ‘gevonden’. Taxi’s die leeg zijn rijden doelloos door de stad en toeteren letterlijk naar elke voetganger die ze onderweg tegen komen. Wie het aandurft om een van de straten van Beiroet over te steken heeft binnen de tien seconden een toeterende taxi voor zijn neus staan, die het overstappen, op zich al een lastige klus, verder bemoelijkt. Het draagt verder bij tot het chaotische stadsbeeld. Om tien uur ’s avonds staat er een file van luxe auto’s om een van de betaalde en bewaakte parkings binnen te rijden...
Reistijd: 1:30 uur (cumulatief 85:10 uur)
Vertraging cumulatief tijdens de reis: 6:42 uur
Kilometers: 85 (cumulatief 5245)
Vandaag met Connexion (!) naar Byblos, met overblijfselen van 7000 jaar beschaving. Het blijkt een prettig dorpje aan zee te zijn. Fijn om even weg te zijn uit de glitter en chaos van Beiroet. Tijdens de reis terug zien we op de snelweg een hogesnelheidsachtervolging, zoals in Amerikaanse films.
Dag 20: woensdag 14 april 2010
Vandaag met de bus van Beiroet naar Damascus. We zien enorm op tegen het passeren van de grens, maar dat blijkt nergens voor nodig. Er zijn vandaag meer loketten dan reizigers. Nadat ik mijn eigen inreisfiche heb ingevuld, doe ik hetzelfde voor twee Iranese medereigers. Konden ze niet lezen of schrijven? Of konden ze geen Arabisch? Mijn assistentie werd in ieder geval erg op prijs gesteld.
Het busstation van Damascus ligt mijlenver van de stad. Zonder enige moeite vinden we echter de stadsbus naar het centrum. Deze stopt om de hoek van het hotel. Fijn wanneer alles zo vlot gaat. Damascus blijkt een zeer interessante stad te zijn. De Umayyad moskee is een van de mooiste gebouwen die ik ooit gezien heb.

Deeltaxi in Damascus.
We kopen in het postkantoor postzegels voor postkaarten,o.a. naar Duitsland. De lokettist vraagt of ik Duitser ben. Gemakshalve zeg ik maar ja. Hij toont mij een brief uit Duitsland en vraagt mij om te vertalen aan wie de brief gericht is. Dat blijkt de president van Syrië te zijn. Een beetje verbaasd toont hij mij een postzegel met de president op en vraagt ‘deze president?’ Ik zeg ja. De brief wordt met de grootste omzichtigheid verder verwerkt...
Reistijd: 3:30 uur (cumulatief 88:40 uur)
Vertraging 45 minuten, cumulatief tijdens de reis: 7:27 uur
Kilometers: 115 (cumulatief 5360)

Stadsbusje in Damascus.
Dag 21 en 22: donderdag 15 en vrijdag 26 april 2010
In moslimlanden is vrijdag wat bij ons zondag is. Dat heeft voor de reiziger voor- en nadelen. Het grootste nadeel is dat de meeste winkeltjes gesloten zijn. Het grootste voordeel is dat we de straat kunnen oversteken zonder gevaar voor lijf en leden en zonder eerst een oversteekstrategie te moeten bepalen. Een aardige Syriër wil ons absoluut de stad en een panoramisch uitzicht tonen. Terwijl we door de stad lopen, zegt hij ineens tegen mij: allemachtig, ik laat morgen mijn haar blonderen en koop blauwe lenzen! Een beetje verbaasd vraag ik waarom dan wel. Blijkt dat veel van de meisjes die we onderweg tegenkomen het over mij en mijn look hebben...
Dag 23: zaterdag 17 april 2010
Vandaag reizen we met de bus verder naar Amman in Jordanië. De bus vertrekt om 14:30 vanaf het Summariyeh busstation. Ruim op tijd, rond 13:30 uur, zijn we daar. Blijkt dat er vandaag maar twee reizigers zijn die vanaf dit busstation vertrekken. Alle anderen stappen in Kaddam op. We worden met een dienstrit van het busbedrijf naar het andere busstation gebracht. Daar loopt de bus helemaal vol. Het is de eerste bus sinds het begin van onze reis dat er daadwerkelijk op het stoelnummer van het ticket gelet wordt. Het geeft meteen een eerste beeld van hoe Jordanië zal zijn: absoluut het meest georganiseerde land van de regio. Afspraken en tijdstippen worden er zelfs nageleefd. De grensformaliteiten vragen vandaag de nodige tijd, maar verlopen verder probleemloos. De Jordaanse politie controleert erg grondig. Het eerste wat we s‘ avonds doen is een geldautomaat van een westerse bank opzoeken. Die werkt! Tijd voor wat overkill, ik haal meteen het equivalent van €500,- af! In het westen beschouwen we zo veel zaken als vanzelfsprekend. Dat we een bankkaart in de muur stoppen en er gegarandeerd geld uitkomt. Libanon en Syrië hebben ons getoond wat een luxe dat kan zijn...
Reistijd: 6:15 uur (cumulatief 94:55 uur)
Kilometers: 205 (cumulatief 5565)

Bus in Damascus.
Vandaag weer even vals gespeeld. Maar dat zal niemand ons kwalijk nemen. Er zijn in noord-zuidrichting drie hoofdverkeersroutes door Jordanië. De meest oostelijke is de Desert Highway. Hier is er openbaar vervoer maar de weg voert door een saai stoffig landschap. Meer naar het westen ligt de King’s Highway. Deze gaat door spectaculaire canyons en aan prachtige middeleeuwse kastelen voorbij. Deze route willen we dus graag nemen, maar hier is helaas nauwelijks openbaar vervoer. Daarom besluiten we een taxi te charteren vanuit Amman naar Petra, met pauzes onderweg bij de diverse bezienswaardigheden. We hebben ons tijdens onze reis vaak afgevraagd hoe het mogelijk is dat in de dagelijkse verkeerschaos van het midden oosten zo weinig ongelukken gebeuren. Dat hadden we beter niet gedaan. Nog voor we Amman uit zijn knalt er een jeep tegen onze taxi. We komen er met de schrik van af, de taxi heeft wat blutsen en de jeep heeft het einde van zijn rit bereikt. We speculeren wie het ongeluk veroorzaakt heeft. De verkeerssituatie was echter zo chaotisch en ongebruikelijk dat dat moeilijk vast te stellen valt. Kort na het ongeval stopt er al een andere taxi. De chauffeur wil weten waar we naartoe gaan, en of we niet van taxi willen wisselen. We sturen hem weg. Even later is het traffic investigation team van de Ammanse politie aanwezig en na een uurtje is alles afgehandeld en kan de reis voortgezet worden. Geheel tegen onze verwachting in is aan het hele incident zelfs geen stemverheffing te pas gekomen. Dat hebben we in het ‘beschaafde westen’ wel eens anders beleefd.

Gebluste taxi in Jordanië.

Taxichauffeur tussen Amman en Petra.
De rest van de reis verloopt helaas niet zonder verdere incidenten. We bekijken onderweg het kasteel van Shobak. Volgens onze reisgids is er een geheime trap/tunnel tussen het kasteel en het dorp. We kunnen het kasteel uiteraard niet verlaten zonder deze gevonden te hebben. Uiteindelijk slagen we daar in en besluiten het kasteel in stijl, via de geheime tunnel, te verlaten. Helaas begeeft onze zaklamp het na enkele tientallen meters. We besluiten dan maar noodgedwongen om in het donker terug omhoog te gaan en via de reguliere uitgang het kasteel te verlaten. Helaas laat ik op dat ogenblik een kapje van mijn camera vallen. Tak. Tak. Tak. Tak. Met elke tak valt het kapje een trapje dieper. Met alleen het licht op mijn mobieltje slaag ik er na lang zoeken in het kapje terug te vinden. Daarmee komt het geheime tunnel incident zonder schade tot ontknoping. Alleen aan het stof op mijn broek is te zien dat we het gebruikelijke bezoekerscircuit verlaten hebben. Een beetje later komt onze taxi bij een politieversperring. De politie agent heeft alleen interesse in de papieren van de taxichauffeur. De controle verloopt zoals gebruikelijk in het midden oosten: de strenge agent berispt de deemoedige chauffeur. Daarna grimmige communicatie over en weer. Ten slotte een hartelijk afscheid, alsof beide elkaar al jaren kennen en de beste vrienden zijn. Saillant detail: hoewel we een vaste prijs afgesproken hebben, loopt de hele reis de taximeter! De verdere reis verloopt zonder problemen. Aangekomen in Petra is het erg makkelijk een hotelkamer te vinden. Er blijken nogal wat annuleringen uit Europa te zijn. Leedvermaak mag eigenlijk niet, maar aan al diegenen die ons gek verklaarden om deze reis zonder vliegtuig te doen: wie het laatste lacht ...
Reistijd: 11:00 uur (cumulatief 105:55 uur)
Kilometers: 350 (cumulatief 5905)

Geheime tunnel bij het kasteel van Shobak.
Dag 25 en 26: maandag 19 en dinsdag 20 april 2010
Deze twee dagen besteden we aan het bezoeken van Petra. Het is alles wat we ervan verwacht hadden, en nog veel meer. Een echte aanrader. De enige tegenvallers: de toegangsprijs van bijna € 40 (Jordanië is een duur land), de totaal overdreven toeristenprijzen en een milde zonneslag na de eerste dag.

Openbaar vervoer in Petra.
Dag 27: woensdag 21 april 2010
Vanavond willen we in Dahab in Egypte op het strand van de rode zee zitten. Er zijn twee manieren om van Jordanië naar Egypte te reizen. Per boot vanaf de haven van Aqaba in Jordanië naar de haven van Nuweiba in Egypte, of met de bus en dan een klein stukje door Israël (Eilat). Als we door Israël reizen, mogen we later Syrië niet meer binnen. Bovendien staat ons volgens onze reisgids met een Libanees en Syrisch visum in het paspoort een langdurig verhoor te wachten. Dat klinkt allemaal erg theoretisch, tot we met in Petra met een groepje Egyptische Amerikanen praten die de reis door Israel gemaakt hebben. Een greep uit de vragen die ze bij de Israëlische douane moesten beantwoorden: Waarom is je rugzak zo klein? (ik reis graag licht) Waar doe je je was onderweg? (in de stomerij) Waar heb je je reisgezel leren kennen? (op school ) Wat is de religie van de grootmoeder van je reisgezel? (geen idee) Waar studeer je? (in Cairo) Kun je Arabisch? (neen) Hoe kun je dan in Cairo studeren? (omdat de lessen in het Engels zijn) etc.
Een dergelijk verhoor blijft ons gelukkig bespaard want wij doen de reis per bus, vervolgens per boot en dan weer per bus, en bypassen Israël deze keer. De busreis gaat alvast voorspoedig. Het is een minibusje dat volgens het deeltaxi principe rijdt. We worden tussen 7:30 en 08:00 uur afgehaald. Ik reken meer op 8:00 uur, maar dat blijkt een misser want precies om 7:40 uur rijdt het busje voor. Na twee uur zijn we in Aqaba. Daar een taxi genomen naar de haven. Onze chauffeur heeft iets weg van Osama Bin Laden, maar blijkt totaal ongevaarlijk. Het ticket kopen voor de boot is een heel ritueel. Eerst een papiertje afhalen bij loket 1. Gaan betalen in een bank ergens verborgen in de terminal waar het briefje afgestempeld wordt. Terug naar loket 1, nog een stempel en 140 dollar lichter. Vervolgens Jordaans uitreisstempel halen. Blijkt dat we deze keer geen exit tax moeten betalen. Anderhalf uur voor het vertrek rijden er busjes tussen de terminal en de kade waar de boot afgemeerd ligt. Vanaf de bushalte wandelen we het binnenruim van het schip binnen. Daar moeten we de bagage achterlaten en in een rij gaan staan. Het personeel van de boot zorgt er regelmatig voor dat die rij kaarsrecht blijft. De rij is voor controle van het uitreisstempel. Bovenaan de trap moeten we ons ticket afgeven. We worden vervolgens gesommeerd om links aan het raam te gaan zitten. Even later worden we gesommeerd om mee te komen naar het upper deck naar de VIP ruimte. We praten met twee Franse toeristen die in het binnenruim gesommeerd werden om de wachtrij over te slaan en meteen naar boven te gaan! Geen wonder dat sommige locals een hekel hebben aan westerlingen. Persoonlijk had ik liever in economy bij de normale passagiers gezeten, maar gezien de indringende lijfgeur van de twee sujetten voor ons zijn we toch blij dat we naar de VIP ruimte mogen. We delen die ruimte met een Zwitserse reisgroep, gemiddelde leeftijd rond de 70. Vanuit de boot zien we tegelijkertijd Egypte, Israël, Jordanië en Saoedi-Arabië. Een bijzonder plekje op de aarde, de golf van Aqaba. Om een Egyptisch visum te verkrijgen moeten we ons paspoort afgeven aan boord van het schip. In de haven van Aqaba moeten we het bij de immigratie weer afhalen. Dat is na een bezoek aan een bank om het visum te kopen. Daarna nog door een detector. In de haven en bij de douane heerst een chaos van jewelste.

Bus in Dahab.
Ondertussen zijn de grenscontroles, hoe vervelend ze ook mogen zijn, haast routine geworden. Wat is het toch een geweldige luxe om in Europa zonder grenzen te kunnen reizen. Mocht iemand het in zijn hoofd halen als ik weer terug ben in Nederland om tegen mij te klagen over het verdrag van Schengen, dan heb ik mijn repliek klaar.
Het enige echte minpunt van de reis zijn de woekerprijzen van de scheepsverbinding. De rederij maakt duidelijk misbruik van het gegeven dat sommige reizigers niet door Israël kunnen of willen reizen.
Samen met enkele andere toeristen (uit Australië, Frankrijk en Ierland) nemen we een deeltaxi van Aqaba naar Dahab. Dat blijkt een stukje paradijs op aarde te zijn. Zon, zee en strand.
Reistijd: minibus 2:00 uur, taxi 0:10 uur, boot 2:00 uur, deeltaxi 1:00 uur (cumulatief 111:05 uur)
Kilometers: 270 (cumulatief 6175)

Bord in Dahab en in de achtergrond Saoedi-Arabië.
Dag 28 en 29: donderdag 22 en vrijdag 23 april
Na alle cultuur en reizen van de voorbije vier weken is het nu even tijd voor ontspanning. Daarom brengen we twee dagen door met snorkelen in de rode zee. Dat is een fantastische activiteit. Het is als zwemmen in een aquarium met tropische vissen.
Dag 30: zaterdag 24 april 2010
We zitten vandaag op de helft van deze bijzondere vakantie. Dat willen we ‘vieren’ met een bijzondere uitstap. We bezoeken vandaag de berg Sinaï. Voor wie het vergeten is, dat is de plek waar Mozes de tien geboden in ontvangst genomen heeft. Hij blijkt daarvoor niet het makkelijkste plekje uitgekozen te hebben. Deze berg ‘beklimmen’ is geen sinecure. Ondanks de felle zon is het boven op de berg behoorlijk koud. Het uitzicht is echter spectaculair. We blijven evenals een vijftigtal andere toeristen voor de zonsondergang. Daarna bij maanlicht terug naar beneden. Ook dat is bijzonder, en behoorlijk vermoeiend. Onze bedoeïen gids (in traditionele kledij) is de hele tijd mobiel aan het telefoneren, natuurlijk hands free. Dat levert een interessant contrast op. Een minder fit meisje wordt tijdens de wandeling naar boven de hele tijd achtervolgd door een kameeldrijver, die zijn dienstverlening 'proactief' aanprijst. De prijs van de kameelrit neemt toe met de hoogte!

De Berg Sinaï by night.
We ontdekken vandaag dat er de dag nadat we in Aqaba waren daar een aanslag met een raket plaatsgevonden heeft. Dat is toch even schrikken. Gelukkig alleen materiële schade. Twee Amerikanen die we leren kennen hebben spontaan hun reisplannen aangepast en gaan nu naar Griekenland in plaats van Jordanië.
We zouden gerust nog enkele dagen langer in Dahab kunnen blijven, maar het Suezkanaal en de piramiden roepen. We reizen vandaag naar Suez. Dat is een busreis van 7,5 uur, met daar bovenop twee uur onderbreking in Sharm el Sheik. Vandaag leren we dat er geen grenzen nodig zijn voor lastige controles. Autocratische regimes controleren blijkbaar graag overal. Deel 1: een makkie, paspoortcontrole bij het buiten rijden van Dahab. Deel 2: nog makkelijker, het leger is op zoek naar een deserteur. Ik kom daarvoor duidelijk niet in aanmerking. Deel 3: de klap op de vuurpijl. Net voor de tunnel onder het Suezkanaal een grondige controle. Iedereen moet uitstappen, alle bagage moet uit de bus en op een rij gelegd worden, de reizigers moeten twee meter verder op een rij gaan staan. Vervolgens besnuffelt een hond (drugshond?) alle bagage. Uitgerekend bij mijn rugzak blijft het kreng langdurig snuffelen. Als enige wordt mijn rugzak vervolgens nauwkeurig door de politie onderzocht. Ik kan wel door de grond zakken. Mmmm, verdacht flesje... Wat is dit, vraagt de agent. Zonnebrandolie, antwoord ik. Mmmm, een vreemd voorwerp... Wat is dat, vraagt de agent. Een condoom zeg ik. Zo gaat het spelletje nog even door. Rothond.
Enkele Egyptenaren uit de bus helpen ons een taxi vinden naar het centrum van Suez. Het busstation is niet bepaald centraal gelegen. We spreken een prijs af van 10 Egyptische pond (twee keer te veel) maar worden toch weer opgelicht, want die tien blijkt nadien per persoon te zijn. De eerste vier hotels die we aflopen blijken vol te zijn. En het is ondertussen al 22:30 uur. Voor ons blijkt de vijfde keer echter de goede keer te zijn vandaag. Ons hotel is prima en centraal gelegen. Het verkeer in Suez, een stad van een half miljoen inwoners, is fascinerend. We dachten dat we op deze reis qua verkeerschaos alles gezien hadden, maar dat blijkt niet zo. In het centrum staat een verkeerslicht. Dat staat tegelijkertijd op rood en groen! Tijdens een wandeling gapen sommige mensen mij aan alsof ik een buitenaards wezen ben. Suez is duidelijk geen drukke toeristische bestemming. Op straat roept iemand mij spontaan toe dat we 'nu met Obama weer vrienden zijn'. Hij is niet de enige die denkt dat ik Amerikaan ben.
Reistijd: 7:30 uur (cumulatief 118:35 uur)
Kilometers: 350 (cumulatief 6525)
We beginnen de dag met een wandeling naar het beginpunt van het Suezkanaal. De buurt is niet bepaald idyllisch en helaas zijn er vanochtend geen schepen te bekennen. Iemand vertelt ons dat het kanaal eenrichtingsverkeer is, en dat alle schepen op vaste tijdstippen per richting in konvooi door het kanaal varen. Helaas gebeurt dat vandaag pas late middag. Hoewel de kanaalboulevard veel entertainment biedt, willen we zo lang niet wachten. Tijdens onze wandeling op de boulevard krijgen we afwisselend liefdesbetuigingen (o.a. welcome - I love you en variaties zoals your lovely face makes me so happy) en worden we gevraagd om op de foto te gaan met de locals. Na al deze couleur locale slagen we erin met een deeltaxi tot bij het station te geraken. Dat is een gigantisch paleis, dat volledig leeg is. De meeste mensen reizen per bus, dat is sneller, en schoner. Het treinkaartje naar Ismailia (circa 85 kilometer) kost omgerekend circa 20 cent. Volgens mijn reisgids zijn treinen in de kanaalregio traag, vies en oncomfortabel. We kunnen dat beamen, maar toch is het heerlijk om na honderden buskilometers weer in een trein te zitten. Ook al heeft die trein geen glas meer in de ramen zitten en zijn alle deuren tijdens de rit wagenwijd open. Een natuurlijke airco! Al in de stationsterminal worden we door verschillende mensen aangesproken. Wanneer ik voorzichtig vertel dat ik oorspronkelijk van Brussel ben en de naam Ahmed Hassan laat vallen, een Egyptische Anderlechtspeler uit de regio, breekt een euforie uit die moeilijk te beschrijven valt. Schouderklopjes, high fives en handschudden worden ons deel, evenals gratis drankjes. Een van de vrolijke Egyptenaren begeleidt ons naar de trein. Het blijkt een machinist bij de spoorwegen te zijn. Als ik hem vertel dat mijn oom ook machinist is, kan de vreugde helemaal niet meer op. Hij laat ons letterlijk en figuurlijk niet meer los. Tijdens de reis biedt hij ons aan om bij hem thuis te komen eten. Hij woont in een dorp een station voor Ismailia. Hoewel ons reisschema op dit ogenblik eigenlijk weinig ruimte laat voor geïmproviseerde stops, besluiten we dat het erg naar zou zijn om te weigeren. We nemen zijn uitnodiging dan ook aan. Op eenvoudig verzoek aan de dienst doende machinist stopt onze trein ver voor het reguliere station gewoon bij een spoorwegovergang vlakbij het huis van Mukdi. Terwijl wij vrolijk zonder de hulp van een perron de trein uit klauteren (geen sinecure met rugzakken) stroopt het verkeer op de hoofdverkeersader van het dorpje vast. Aangekomen bij hem thuis worden we aan de hele buurt voorgesteld. In geen tijd staat er een heerlijke maaltijd op tafel. Vis uit het Suezkanaal! Het is erg interessant om te zien hoe de modale Egyptenaar leeft.

Mobiele telefoon in Ismailia, Egypte.
Het is al donker als we onze reis per taxi voortzetten naar Ismailia. Daar vinden we deze keer vlot een hotel, pal naast het station. 's avonds gaan we nog even wandelen in het stadje, en loop ik een supermarkt binnen. Wanneer ik wil betalen besluit de bewakingsagent dat er geen sprake van kan zijn dat ik aansluit in de reguliere wachtrij bij de kassa. Er wordt dus speciaal voor mij een kassa open gemaakt... Op straat biedt iemand die duidelijk al te veel van het spul op heeft cannabis aan Carlos aan. De derde keer sinds we in Egypte zijn. We bedanken voor de eer.
Vandaag willen we absoluut schepen zien op het Suezkanaal. Ik heb berekend dat ze rond de middag in Ismailia zullen voorbij varen. Die berekening blijkt te kloppen. De beste plek voor ship spotting is bij een veerpontje enkele kilometers ten noorden van Ismailia, per taxi makkelijk te bereiken. We worden op een steenworp afstand van het pontje afgezet. In de verte zie ik al een gigantisch schip voorbij varen. We willen snel naar de kade. Dat is echter zonder de Egyptische politie gerekend, en de uitgebreide paspoortcontrole en het verhoor dat blijkbaar aan een bezoek van het Suezkanaal vooraf gaan. Enigszins geïrriteerd merk ik in de verhoorkamer op dat we gekomen zijn om schepen te zien, zoals het grote schip dat we net missen. Don't worry, there will be plenty more krijg ik als antwoord, maar de boodschap is aangekomen. Even later krijgen we permissie (!) om even over en weer te gaan met het pontje. Aan de Aziatische kant (het Suezkanaal is de grens tussen Afrika en Azië) is een gezellig terrasje met kanaalblik. Daar vertoeven we even. Het ene megaschip na het andere vaart voorbij. Na een tijdje hebben we genoeg gezien en besluiten terug te keren naar het hotel om de rugzakken af te halen.



Het Suezkanaal bij Ismailia.
We reizen verder naar het eindpunt van het Suezkanaal, Port Said, aan de middellandse zee. Ondanks het gebrekkige comfort van de trein besluiten we toch weer de trein te nemen. Dat blijkt een voltreffer want de spoorlijn verloopt een heel stuk pal naast het kanaal. We passeren de ene boot na de andere. Oorspronkelijk wilden we nog in Qantara uitstappen en de gigantische hangbrug over het Kanaal bekijken, maar nadat blijkt dat deze perfect vanuit de trein te bewonderen valt, besluiten we meteen verder te reizen naar Port Said. Ik probeer de conducteur uit te leggen dat we nieuwe kaartjes nodig hebben, maar hij heeft onze kaartjes al gecontroleerd en weigert pertinent verder over kaartjes te praten. Dan maar zwartrijdend door naar Port Said. De trein is geweldig, alle ontbrekende ramen en open deuren bieden legio mogelijkheden om uit de trein te hangen en foto's van schepen te maken. En camera snel verstoppen bij de vele militaire checkpoints. De hele kanaalzone blijkt sterk gemilitariseerd. Overal liggen pontons van het leger klaar om in geval van conflict een snelle passage van het kanaal mogelijk te maken. Enige minpunt vandaag: de reis van circa 90 minuten duurt wegens vertraging iets meer dan 4 uur.
Reistijd: 1:30 uur (cumulatief 122:20 uur)
Vertraging: 2:30 uur, cumulatief tijdens de reis: 9:57 uur
Kilometers: 160 (cumulatief 6685)
Ik was nog vergeten te vertellen dat onze trein gisteren voor de helft uit gevangeniswagons bestond. Misschien ook de verklaring waarom de trein zo veel vertraging had. In Port Said was de hele stationshal afgezet en voor het station stonden vrachtwagens voor gevangenentransport klaar. Terwijl we het perron afliepen, heb ik een snelle blik in één van de wagons voor gevangenenvervoer gewaagd. Het zag er niet fraai uit.
Vanochtend hebben we nog even bij het kanaal rond gehangen. Snel met het veerpontje naar Azië en weer terug naar Afrika. Drie continenten op een kwartier tijd. Dat is alleen hier mogelijk. Vervolgens reizen we met de bus naar Alexandrië. Deze reis zal veel lezers aanspreken, want ze verloopt afwisselend via afsluitdijken, over bruggen over de twee Nijlarmen en door de vruchtbare Nijldelta. We zien het eerste palmenbos van de reis. Alexandrië blijkt een monumentale stad te zijn, vergane koloniale glorie. We negeren de prijzige taxi's bij het busstation en lopen de volkswijk achter het busstation binnen. Daar bemachtigen we een taxi voor een faire prijs. Even later slaag ik er in voor een prikje een hotelkamer met een adembenemend zicht op de Middellandse Zee te regelen. In Alexandrië rijden trams, sommige zijn wat nieuwer en van Japanse makelij, ander zijn lang geleden tweedehands uit Kopenhagen overgenomen. Beide hebben hun beste tijd gehad. Sommige trams rijden met de deuren op. Dat is handig, want de geringe snelheid maakt het probleemloos mogelijk om tussen haltes uit te stappen. Een perfecte oppervlakteontsluiting en geen gedoe met haltecirkels. De conducteur loopt rond in de tram en tikt met een muntje tegen de metalen stangen wanneer hij voorbijkomt. Dat is het signaal voor nieuwe reizigers om hun beurs boven te halen en te betalen. De geringe snelheid van het tramverkeer wordt verder gereduceerd door straten met eenrichtingsverkeer voor auto's en tweerichtingsverkeer voor trams (wat bloedstollende scènes oplevert) en winkeltjes pal naast het spoor die de sporen als verkoop-, laad-, los- en onderhandelruimte gebruiken. Wanneer er een tram voorbij komt moeten voorbijgangers uitwijken naar het andere spoor, als er twee trams voorbijkomen dan moeten ze een winkeltje binnen stappen. Dat levert dan weer commerciële buitenkansjes op. Op een plaats rijdt de trams dwars door een rommelmarkt. Tijdens onze avondwandeling op de zeeboulevard worden we nauwgezet door de geheime politie in het oog gehouden...
Reistijd: 4:10 uur (cumulatief 126:30 uur)
Kilometers: 260 (cumulatief 6945)

Trein in Egypte net voor Port Said.
Vandaag besteden we de dag aan sightseeing in Alexandrië. Dat gaat onvermijdelijk gepaard met veelvuldige korte en langere gesprekjes met locals. Aan het eind van de dag nemen we de trein van Alexandrië naar Cairo. Dat is een trein van een ander kaliber dan de stoptreinen in de kanaalzone. De treincategorieën in Egypte hebben allemaal een ronkende naam. Vandaag reizen we met de 'Spaanse trein', de Espani! Deze trein doet een beetje aan de Beneluxtrein denken, maar dan met beenruimte (+) maar heel wat viezer (-). Terwijl we wachten op het vertrek maakt een schoonmaakploeg de ramen aan de buitenzijde schoon. Vervolgens komt binnen iemand met een borstel langs. Daarna haalt iemand afval weg. Als kers op de taart lopen nog twee personeelsleden luchtverfrisser sprayend door de wagon. Na al deze actie is de trein eigenlijk nog altijd smerig. De trein heeft airconditioning, maar die is helaas wel erg krachtig. Net reizen in een rijdende koelkast. Na tweeënhalf uur bereiken we Cairo. De meest vlekkeloze reis totnogtoe in Egypte, althans dat dacht ik.
Net na aankomst breekt even paniek uit, ik kom de trein niet uit! Een hele menigte bestormt de trein en probeert via het ene deurtje dat elke wagon heeft binnen te geraken, terwijl andere assertieve Egyptenaren even fanatiek proberen uit te stappen. Geroep, duwen en trekken. Gaandeweg geraak ik ingeklemd. Gelukkig is het tumult uiteindelijk even plots weer weg als het begonnen is. Om het hotel te bereiken moeten we nog een kort stukje met de metro. Die is modern, helemaal niet zo druk als verwacht en makkelijk te gebruiken. Tot Carlos niets vermoedend in de ... vrouwenwagon instapt. Paniek is veel gezegd, maar er ontstaat de nodige onrust in de wagon. De dames zijn duidelijk niet tevreden. Ik slaag erin om Carlos weer te laten uitstappen, maar we hebben geen tijd meer om tot bij de mannenwagons te geraken. Dan maar de volgende metro genomen, die kwam al na twee minuten opdagen. In elke wagon zijn de middelste twee deuren voor het instappen en de twee uiterste deuren voor het uitstappen. Niet iedereen houdt zich daaraan, maar de ene keer tijdens het verblijf in Cairo dat ik er me niet aan houd word ik er eerst op geattendeerd dat het niet mag waarna ik vervolgens vergoelijkend uitgenodigd word om toch in te stappen.
Reistijd: trein 2:30 uur en metro 0:05 uur (cumulatief 129:05 uur)
Vertraging: 0:15 uur, cumulatief tijdens de reis: 10:12 uur
Kilometers: 185 (cumulatief 7130)
Tijdens de vorige nacht blijkt in Egypte de overgang van winter- naar zomertijd plaats gevonden te hebben. Dat is dus op een ander moment dan bij ons in Europa. Weer iets bijgeleerd. Vandaag bezoeken we de piramiden. Onze reisgids heeft ons uitgebreid gewaarschuwd voor allerlei oplichtertrucs in Cairo, van taxibestuurders en consorten. We achten ons voldoende gewaarschuwd en immuun voor trucjes en gaan vol zelfvertrouwen op pad. We worden toch het jammerlijke 'slachtoffer' van een oplichtingstruc die zo gesofisticeerd is dat hij de beperkte schade van circa € 4 eigenlijk meer dan waard is. We laten een taxi stoppen, zeggen dat we naar de piramiden van Gizeh willen en spreken een prijs af die weliswaar iets te hoog is maar zeker niet buitensporig is. Even later stopt de taxi voor de deur van ... hotel Piramiso. Piramiden van Gizeh en Piramiso. Vat u hem... Geen schijn van kans om met dit soort van slimme 'misverstand' de hulp van de toeristenpolitie in te roepen. U voelt het al aankomen, een rit naar de piramiden van Gizeh (de taxichauffeur heeft nog nooit van piramiden gehoord!), pas wanneer ik de Arabische naam gebruik komt er een reactie) kost 4 keer meer. Ik protesteer fors. Oh wonder bij wonder, de taxi stopt bij iemand die Engels kan en 'ook een auto heeft' en ons 'voor een prijsje' naar de piramiden kan brengen. Ik protesteer nog meer. Uiteindelijk worden we door de oorspronkelijke taxichauffeur voor meer dan het dubbele van de normale prijs naar Gizeh gebracht. Daar rijdt onze geweldige taxibestuurder een enorme omweg en probeert ons bij een bevriende partij nog een paardritje te slijten. Neen dank u. Onze reisgids heeft ons daarvoor ook al gewaarschuwd. Een dergelijk ritje bestaat vaak uit twee delen: een eerste spotgoedkoop deel diep de woestijn in, en vervolgens een peperdure retourrit die helaas niet bij de eerste prijs inbegrepen zat. Gelukkig zijn de piramiden geweldig en alle stress meer dan waard, De retourrit verloopt een stuk gemakkelijker en voordeliger, gewoon met de stadsbus voor omgerekend 12 cent. Elleboog uit het raampje en genieten van alle nieuwsgierige blikken.
Per vandaag heb ik 8 gigabyte foto's gemaakt. Dat komt overeen met meer dan 5000 foto's...
Vandaag gaan we wandelen in Islamitisch Cairo, een labyrint met indrukwekkende moskeeën, bouwvallige gebouwen en verborgen schatten. Veel van de schade van de aardbeving van 1993 is anno 2010 nog altijd niet hersteld. De kers op de taart is de citadel van Salahadin, de krijgsheer die de kruisvaarders het midden oosten uittrapte. Na een uitgebreid bezoek aan de imposante citadel lopen we via de stad van de doden terug naar het centrum. De stad van de doden is een kerkhof dat door arme inwoners van Cairo als woonplaats gebruikt wordt. Terwijl we even later in het centrum bij een voedselstand wat Egyptische macaroni eten, verliest een truck zijn lading planken (de planken waren niet bevestigd). Een bus moet uitwijken en ramt een stilstaande opgekrikte auto. Onder die auto is iemand aan het sleutelen. Het loopt gelukkig allemaal met alleen wat blikschade af. Even later begint de spits. Het verkeer tijdens de spits is een schouwspel dat bijna niet te beschrijven valt. Ik zal het dan ook niet proberen. In ieder geval is het een chaos van jewelste, en meer dan eens komt alles helemaal vast te zitten. Op de stoep, naast de stoep, op de straat en op de snelweg daarboven. Ondertussen is het tijd om terug naar het hotel te gaan en de rugzakken af te halen. Om 20.00 uur vertrekt de nachttrein naar Assuan. Om de een of andere reden vertrekt die trein niet vanaf het schitterende Centraal Station van Cairo maar vanaf het bescheiden stationnetje van Giza, het kleine broertje van Cairo aan de overkant van de Nijl. Dat is gelukkig met de metro vlot te bereiken. Het station heeft meer weg van een gevangenis dan van een treinhalte. We mogen echter niet klagen, de enorme politiemacht die op de been is, is er immers om ons te beschermen tegen aanslagen. Ik ga nog even wat halen om te snoepen in de winkelstraat voor het station. Hier zien ze duidelijk niet veel toeristen voorbijkomen. Als dank voor mijn aankoop krijg ik nietsvermoedend een dikke zoen op mijn wang (sic). Terug in het station rijdt stipt om vijf voor acht de luxe slaaptrein voor. Even later zijn we op weg naar Assuan. Er wordt nog een diner geserveerd in ons coupe en daarna genieten we van een welverdiende nachtrust. Morgenochtend bereiken we - twee dagen te vroeg - het voorlopige einddoel van onze reis!
Reistijd: metro 0:15 uur en trein 12:15 uur (cumulatief 141:35 uur)
Kilometers: 800 (cumulatief 7930)
Individueel rond reizen in Egypte vraagt stalen zenuwen. Over letterlijk alles moet onderhandeld worden. Vaak wordt een veelvoud van de normale prijs gevraagd en met de glimlach belabberde service geleverd. Sommige verkopers en taxibestuurders dringen na 10 keer neen nog verder aan. Soms proberen verkopers de afgesproken prijs bij de betaling nog snel te verdubbelen. En 100 pond wisselgeld kan bij de niets vermoedende toerist wel eens de vorm van 100 piasters aannemen. Hoewel ik in principe tegen gedifferentieerde prijzen ben, begrijp ik dat een kleine meerprijs voor 'rijke' toeristen onvermijdelijk is. Maar er is wel een pijngrens. Als blijkt dat we in Assuan voor het pontje 5 keer meer moeten betalen dan Egyptenaren, is mijn geduld voor het eerst tijdens deze reis op. Na een korte maar felle ruzie besluiten we het pontje maar te boycotten. Het gaat eigenlijk niet eens om de enkele tientallen centen meer, maar vooral voor de vanzelfsprekendheid waarmee sommige Egyptenaren ons als geldkoe beschouwen, zonder daar enige (extra) kwaliteit of service of ook maar een glimlach tegenover te stellen.
Omdat we wat vroeger in Assuan aangekomen zijn dan voorzien, besluit ik de eindbestemming van onze reis te verplaatsen naar de tempel van Abu Simpel. Die ligt in de buurt van de grens met Soedan, over de Kreeftskeerkring (!), aan het Nassermeer (stuwmeer van Assuan). In Midden Egypte mogen toeristen in principe niet op eigen houtje reizen. Georganiseerde reizen moeten aansluiten in vaste konvooien met politiebegeleiding. Er worden kleine uitzonderingen gemaakt voor individuele reizigers. Zo mogen er per bus maximaal vier toeristen meereizen, een regel die met de nodige flexibiliteit toegepast wordt. Met deeltaxi reizen is verboden. Op sommige plaatsen krijgen toeristen bij aankomst of zelfs tijdens hun hele verblijf een persoonlijke politie escorte toegewezen. Dat gebeurt ook met ons bij aankomst in Abu Simpel. Met onze persoonlijke escorterende politieagent lopen we naar het hotel. Hij heeft er duidelijk geen zin in, maar na enkele vriendelijke opmerkingen en vraagjes van onze kant ontdooit hij. In ieder geval weer een unieke ervaring.
Reistijd: 4:00 uur (cumulatief 145:35 uur)
Kilometers: 270 (cumulatief 8200)
Op maandag 3 mei om 09:30 's ochtends bereiken we na 15 minuten wandelen de eindbestemming van onze reis: de wonderbaarlijke tempel van Abu Simpel. Van de Prins Hendrikkade aan de oevers van het IJ naar Abu Simpel aan de oevers van het Nasser stuwmeer. Het was een fantastische reis, bijna een expeditie. Wie meer wil weten kan mij gerust bellen, zodra ik bekomen ben van deze ov-reis!
- einde -
Statistieken van de reis
- totale reistijd: 145 uur en 35 minuten
- totale vertraging: 10 uur en 12 minuten
- totale reistijd inclusief vertraging: 155 uur en 47 minuten
- totaal aantal kilometers: 8200
- gemiddelde snelheid: 53 km/u
- prijs per kilometer: €0,43





